Schaatsen bij het Rijksmuseum: Hendrick Avercamp en Jaap Eden - cbvnl

Schaatsen bij het Rijksmuseum: Hendrick Avercamp en Jaap Eden

Het moet op 13 en 14 januari 1893 een vreemde gewaarwording zijn geweest voor de bezoekers van het Rijksmuseum. Ronddolend door het pas acht jaar eerder opgeleverde markante kunstpaleis van architect Cuypers, aanschouwden ze de hoogtepunten van de Nederlandse schilderkunst, die ook toen al wereldfaam bezaten. De Nachtwacht, natuurlijk, het alom erkende hoogtepunt van de schilderkunst uit de Gouden Eeuw. Maar óók hingen er al die prachtige landschappen, waarvan één genre in dat speciale weekend in 1893 extra aandacht kreeg van de bezoekers.

Want stel u eens voor. U loopt hier het Rijksmuseum in, en treft niet alleen de Nachtwacht aan, maar ook dat prachtige, en ook toen al wereldberoemde winterlandschap van Hendrick Avercamp. Plus al die andere unieke schilderijen waar het winterse ijsvermaak van afspatte.

Maar de bezoekers die op 13 of 14 januari het Rijksmuseum bezochten, wachtte nog een bijzondere verrassing. Immers, als ze in Zuidelijke richting uit de ramen van wat toen de Rembrand-zaal was, zagen ze daar waar nu het Museumplein ligt, een immense ijsbaan die helemaal doorliep tot aan het destijds in alle eenzaamheid in 1888 aan de grens van de stad voltooide Concertgebouw. Het 17e-eeuwse ijsvermaak, dat door Hendrick Avercamp zo beeldend was weergegeven, zag de bezoeker destijds “live” voor zijn ogen getoverd! En het was niet zomaar wat willekeurig ijsvermaak wat hij zag, nee, de bezoeker van het Rijksmuseum was op 13 en 14 januari 1893 –als hij tenminste de moeite nam om in plaats van naar de kunstwerken even naar buiten te kijken- getuige van het allereerste wereldkampioenschap hardrijden op de schaats, dat destijds op de ijsbaan van de Amsterdamsche IJs Club werd gehouden.

Wie op zaterdag 14 januari rond een uur of 12 naar buiten keek, zou getuige geweest zijn van de finalerit op de 500 meter. Door zijn Noorse opponent Halvorsen op de finish met zo’n vijf meter te kloppen, behaalde de pas 20-jarige Haarlemmer Jaap Eden zijn derde afstandszege en daarmee het eerste officiële “Meesterschap der Wereld”, zoals dat destijds zo fraai heette. Ook de bezoekers van het Rijksmuseum die níet naar het schaatsen hadden staan kijken, moeten zich naar de ramen gespoed hebben, want, zo schreef sportlegende Pim Mulier later in zijn boek “Wintersport”: “Toen het aan de tribune bekend werd steeg er een applaus op, hetwelk al sterker wordende, over de geheele baan gonsde en de arbeiders buiten de omheining en zelfs de stijve klabakken en de jongens op de schutting, alles juichte onzen Nederlandschen wereldkampioen toe. En al zullen zij 80 jaar worden, al die menschen, die dien dag beleefd hebben, ze zullen het nooit vergeten. Den 14en Januari zal met gulden letters in de annalen van den Nederlandschen ijssport worden opgeschreven.”

En nu vindt dus 125 jaar later opnieuw het “Meesterschap van de Wereld” in het hardrijden op de schaats opnieuw plaats in Amsterdam. Deze keer in het Olympisch Stadion, waarmee een nieuw markeringsmoment wordt aangetekend in de eeuwenlange traditie van het schaatsen in Nederland, een traditie die door Hendrick Avercamp als eerste voor het nageslacht werd vastgelegd, en die hiervoor op het Museumplein in 1893 zijn eerste sportieve hoogtepunt beleefde.

Marnix Koolhaas, 30 november 2017

Foto: Studio Rijksmuseum

De website maakt gebruik van cookies. Door akkoord te klikken of verder gebruik te maken van onze website gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

Jumbo
Univé
Manpower
Nuon
Campina
De Telegraaf
Interbest
Eurosport
Radio 538
BNR Nieuwsradio
Rijksmuseum
KPN